Pasen 1942

 

 

 

 

 

vorige pagina

 

 

 

 

 

 

 

Klooster der Minnebroeders Maastricht  

 

                

Jaap Sickenga (1918-1942)

getekend door zijn vader 

met behulp van een 

toverlantaarn                    

 

Paasbrief 1942

 

 

'........ Het is nu de Zondag na Pasen (12 April 1942). Pasen heb ik mijn nieuwe cel gevierd, zonder boeken, brieven of foto's, alleen met mijzelf en mijn gedachten. En als je zoveel tijd hebt om over alles na te denken, komt ook gemakkelijk de twijfel - vooral op een dag als Goede Vrijdag of op Pasen. Je vraagt jezelf af of het wel hélemaal juist was, want diep in je binnenste voel je tóch, als je héél eerlijk bent, dat het niet àlles zuiver was. En nu, eindelijk, Pasen 1942 ben ik tot klaarheid gekomen.

 

Goede Vrijdag - de kruisiging, de overgave van het individuele ik.

 

Pasen - de bewustwording van het ik op een hoger plan, dat is de grondslag van het Paasfeest.

 

Maar er is méér!

 

Er wordt niet alleen van ons gevraagd onze eigen individualiteit op te geven, in dienst te stellen van een hoger doel, neen, er wordt ook geëist ons in de andere individualiteit in te denken, die te begrijpen en dat leidt tenslotte tot liefde - niet tot haat.

Wij moeten den ander, ieder ander, trachten te begrijpen. En dengeen dien wij begrijpen, kùnnen wij niet meer haten, omdat wij onszelf in hem terugvinden. Dan zullen wij ook niet meer oordeelen, want die oordeelt, wordt tegelijkertijd door zich zelf geoordeeld.

Een bepaalde geest, een eigenschap, een deel van een persoon kunnen wij haten, zoals wij dat een neiging in onszelf kunnen, maar een persoon, een mens als wijzelf te haten getuigt slechts van een gebrek aan inzicht van onze kant.

Dit wil niet zeggen dat er geen strijd meer zal zijn, die zal blijven, want zonder haar, hoe dan ook, is geen vooruitgang mogelijk.

En de liefde die zo ontstaat is ook geen sentimentele liefde - zoals die van 'vrede op aarde' maar een liefde die streng kan zijn als dat nodig is, zoals een vader voor zijn kind of een mens voor zichzelf.-

Het Christendom verliest zo misschien aan mystiek en warmte, maar het wordt sterk en bruikbaar voor deze wereld zonder haar waardevolle kern te verliezen. Het allernodigst is nù het gebod:

'Gij zult niet haten - niemand!'

Dit is voor mij de Paasboodschap 1942 geweest. Wie zò Pasen doorleeft, die op Goede Vrijdag zijn haatgevoelens kruisigt, zal zich op Pasen herboren, 'wederopgestaan' weten in een wereld die misschien wel hard en soms zelfs wreed is, maar waarin een helderder licht de mensen beschijnt en deze elkaar beter begrijpen.

De dikke duisternis, waarin zijn wereld eerst gehuld was zal doorbroken worden door een eerste straal van het komende Grote Licht.-

 

En als van mij geëist wordt ook de laatste consequentie te aanvaarden dan hoop ik, dat dit er toch toe zal bijdragen, hoe vreemd het ook moge klinken, om de haat in deze wereld te doen verminderen, omdat deze laatste consequentie aanvaard wil zijn in de geest van het Christendom, in een geest van begrijpen.

 

Wij zullen handhaven onze Hoop, ons Geloof en onze Liefde'.  

 

 

 

 

Jaap Sickenga, Maastricht, 12 April 1942

 

 


vorige pagina

terug naar begin