|
'........
Het is nu de Zondag na Pasen (12 April 1942). Pasen heb ik mijn nieuwe cel
gevierd, zonder boeken, brieven of foto's, alleen met mijzelf en mijn
gedachten. En als je zoveel tijd hebt om over alles na te denken, komt ook
gemakkelijk de twijfel - vooral op een dag als Goede Vrijdag of op Pasen.
Je vraagt jezelf af of het wel hélemaal juist was, want diep in je
binnenste voel je tóch, als je héél eerlijk bent, dat het niet àlles
zuiver was. En nu, eindelijk, Pasen 1942 ben ik tot klaarheid gekomen. Goede
Vrijdag - de kruisiging, de overgave van het individuele ik. Pasen
- de bewustwording van het ik op een hoger plan, dat is de grondslag van
het Paasfeest. Maar
er is méér! Er
wordt niet alleen van ons gevraagd onze eigen individualiteit op te geven,
in dienst te stellen van een hoger doel, neen, er wordt ook geëist ons in
de andere individualiteit in te denken, die te begrijpen en dat leidt
tenslotte tot liefde - niet tot haat. Wij
moeten den ander, ieder ander, trachten te begrijpen. En dengeen dien wij
begrijpen, kùnnen wij niet meer haten, omdat wij onszelf in hem
terugvinden. Dan zullen wij ook niet meer oordeelen, want die oordeelt,
wordt tegelijkertijd door zich zelf geoordeeld. Een
bepaalde geest, een eigenschap, een deel van een persoon kunnen wij haten,
zoals wij dat een neiging in onszelf kunnen, maar een persoon, een mens
als wijzelf te haten getuigt slechts van een gebrek aan inzicht van onze
kant. Dit
wil niet zeggen dat er geen strijd meer zal zijn, die zal blijven, want
zonder haar, hoe dan ook, is geen vooruitgang mogelijk. En
de liefde die zo ontstaat is ook geen sentimentele liefde - zoals die van
'vrede op aarde' maar een liefde die streng kan zijn als dat nodig is,
zoals een vader voor zijn kind of een mens voor zichzelf.- Het
Christendom verliest zo misschien aan mystiek en warmte, maar het wordt
sterk en bruikbaar voor deze wereld zonder haar waardevolle kern te
verliezen. Het allernodigst is nù het gebod: 'Gij
zult niet haten - niemand!' Dit
is voor mij de Paasboodschap 1942 geweest. Wie zò Pasen doorleeft, die op
Goede Vrijdag zijn haatgevoelens kruisigt, zal zich op Pasen herboren,
'wederopgestaan' weten in een wereld die misschien wel hard en soms zelfs
wreed is, maar waarin een helderder licht de mensen beschijnt en deze
elkaar beter begrijpen. De
dikke duisternis, waarin zijn wereld eerst gehuld was zal doorbroken
worden door een eerste straal van het komende Grote Licht.- En
als van mij geëist wordt ook de laatste consequentie te aanvaarden dan
hoop ik, dat dit er toch toe zal bijdragen, hoe vreemd het ook moge
klinken, om de haat in deze wereld te doen verminderen, omdat deze laatste
consequentie aanvaard wil zijn in de geest van het Christendom, in een
geest van begrijpen. Wij
zullen handhaven onze Hoop, ons Geloof en onze Liefde'. Jaap
Sickenga, Maastricht, 12 April 1942 |