inleiding tot zondag 31 augustus 1941

vorige pagina

 

Niek Sickenga 1931

zie ook nawoord)

 

Ruim vijftig jaar later doen twee Sickenga’s, onafhankelijk van elkaar, verslag van hun herinnering aan zondag 31 augustus 1941. De tweede wereldoorlog is in volle gang. Het Nederlands verzet is nog pril. In ‘t naast hun Bilthovense huis gelegen ‘bosje’ steken lange stokken boven de bomen uit. ‘lets’ van hun broer Jaap herinnert zich de jongste van de vijf kinderen. Het bleek te horen bij Jaap’s verzetsactiviteiten.

Op die 3lste augustus werd een vrij omvangrijke verzetsgroep in Bilthoven gevangen genomen. Onder hen onder andere Jaap Sickenga, Tonny Fouché en officier Medenbach de Rooy. Er wordt melding gemaakt van verraad. Maar er zijn ook peilauto’s gesignaleerd. De gevangenen uit de groep, rond twaalf in getal, worden naar de Scheveningse gevangenis (Oranje hotel) overgebracht. Vader Niek gaat daar de volgende maanden wekelijks heen om voor zijn zoon Jaap de schone was te brengen en de vuile op te halen.

Eind november, doet hij daar een legpuzzel bij. Dat mocht toen nog. De voorstelling van deze door hem gemaakte puzzel is een tekening waarop het hele gezin staat afgebeeld. In de rechter benedenhoek, in de vorm van een merkteken, de mededeling ‘All 6 OK’ (alle Sickenga’s OK). In de bodem van de doos zijn met een speld de data 23-11—41 en 5-12-41 geprikt. Na de berechting van de verzetsgroep wordt over elf van hen het doodvonnis uitgesproken. De groep wordt overgebracht naar het Minderbroederklooster te Maastricht. In eind maart, begin april 1942 wordt aan de ouders van de ter dood veroordeelde Jaap en aan zijn verloofde Trudie Pot toestemming gegeven afscheid van hem te nemen. Vanuit Maastricht schrijft Jaap daaraanvolgend zijn Paasbrief naar huis en een aantal gedichten. Ze worden later illegaal en anoniem door zijn vader in druk uitgegeven en verspreid.

Op 4 mei 1942 komt vroeg in de ochtend de Nederlandse politie aan de voordeur van Obrechtlaan 11, te Bilthoven om vader Niek, hoofdingenieur bij de Nederlandse Spoorwegen, in gijzeling te nemen. Hij is op dat moment niet thuis omdat hij zijn dochter Net naar de trein brengt. 

Kort na thuiskomst wordt hij opgehaald om zoals zo velen die dag, afgevoerd te worden naar St. Michielsgestel. Tegen de avond van de elfde mei wordt er een telegram afgeleverd ‘aan de Obrechtlaan’ waarin de Duitse autoriteiten melden, dat het vonnis diezelfde ochtend vroeg aan Jaap is voltrokken. Kort daarop wordt een afscheidsbrief van hem aan allen die hem lief waren bezorgd. Er komt daarna ook een koffer met kleren terug. Vader Niek verneemt het droeve nieuws uit een telegram van moeder Dien. Het maakt diepe indruk bij zijn blokgenoten in St. Michielsgestel. Zoals een in het Duits gestelde brief van hen aan Dien getuigt, evenals de inhoud van een brief van één van hen naar zijn eigen huis. Medio augustus van datzelfde jaar wordt vader Niek uit het gijzelaarskamp ontslagen. De Gestapo blijft echter zicht houden op de familie. 

 

 

een van de ruim 30 tekeningen die vader Niek in 1942 in St. Michielsgestel maakt; meer tekeningen click hier

Op 17 september 1944, wanneer de euforie van Dolle Dinsdag wat is weggeëbd en de Geallieerde luchtvloot Arnhemwaarts vliegt en deels ook over Bilthoven komt, wordt de Spoorwegstaking uitgeroepen. Dit betekent onderduiken voor de Sickenga’s. Dochter Net vertrekt met Archibald Maclaine Pont, haar verloofde. Ick vindt onderdak bij de familie Kaars Sypestein in Groenekan, Floor bij de familie Van Lutterveld aldaar, vader Niek duikt onder in Bilthoven en Niek en zijn moeder verblijven niet ver daar vandaan bij de familie Overdijkink. Dit maakt het mogelijk, dat Niek, toen nog geen 14 jaar, via de Biltse Duinen zijn vader bezoekt die hem daar o.a. de stelling van Pythagoras in het zand uitlegt.

Ook gedurende de hongerwinter wandelt Niek veel, als hij en zijn moeder en ook Ick, al  lang weer naar de Obrechtlaan 11 zijn vertrokken. Daar wonen inmiddels ook vluchtelingen uit Renkum: ds Koldewijn met zijn vrouw en haar zuster. Dominee is onverstoorbaar en begeleidt Niek naar de uitdeelplaatsen voor extra hongerige kinderen. Niek wandelt iedere zondag, of naar de Lage Vuursche, waar zijn vader inmiddels een ander onderduikadres heeft gekregen. Of naar Groenekan. Floor en de zijnen, Willem van Lutterveld en Andi Abdul Azis uit Celebes, een schoolvriend van Ick van het Baarns Lyceum, moeten menigmaal hun schuilplaats opzoeken. Zij het dat Azis een betrekkelijke bewegingsvrijheid van de bezetter geniet.  

Na het mislukken van het Ardennenoffensief van de Duitsers volgt een zeer moeilijke periode. Voedselschaarste, koken op een noodkacheltje (als er wat te koken viel, zoals suikerbieten), hongertochten van Ick naar Wolvega, moeder Dien die last krijgt van een keelontsteking die door huisarts Van Schaik tot diphterie gepromoveerd wordt. Een groot plakkaat bij de voordeur houdt tenminste de bezetter buiten.

In april 1945 wordt geschutsgerommel van contreien achter Amersfoort ook aan de Obrechtlaan hoorbaar. Op 5 mei is het allemaal voorbij. 0ok vader Niek komt thuis en steekt voor het eerst weer een sigaar op. Van zijn voorraad is echter op onverklaarbare wijze veel de afgelopen vijf jaar verdwenen. Sedert 14 mei 1940 heeft hij dan niet meer gerookt. De plek waar de executie van Jaap plaatsvond is nooit bekend gemaakt. Geruchten maken melding van ‘de Lünenburgerheide’ tot Buchenwald. Dat is derhalve bij ‘Nacht und Nebel’ gebleven. 

 februari 1992


in het Duits gestelde condoleance brief van de kamergenoten van ir. N. Sickenga (1890-1967) aan diens vrouw,  vanuit het gijzelaarskamp St. Michielsgestel op 13 mei 1942.

vorige pagina

 

terug naar begin