Bij zijn
met de hand geschreven beschouwing over het geslacht Sickenga en het
familie wapen voegt mr. dr. Jacob Sickenga (1845-1911) een tweetal
schetsen: links het wapen van Sickingha getooid met een zwaan en rechts
dat van Sickenga getooid met een raaf. Hij wijst daarbij allereerst op de
verwarring der namen Sickenga - Sickingha, van Sickingha, à Sickengha en
van Sickynga. Vervolgens verwijst hij naar o. a. het wapenboek van
Friesland dat in het begin van de 17e eeuw werd geformeerd, het Maandblad
van de Nederlandse Leeuw 1886 nr. 9 en 1887 nr. 1, het Stamboek van de
Friese Adel, het Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht
enz.
'In
de kerk te Oosterhaule' meldt hij, 'ligt begraven Abba Ydskes à Sickengha.
Hij stierf 1555'. Zijn graf - en dat van zijn vrouw - is op de foto rechts
van de preekstoel gesitueerd. Het draagt, behalve zijn familiewapen, ook
onderstaande tekst:
Hier legge begrave die Vheste en Eersame Abba Ydskes va(n)
Sickyngha vanwege KM dienst' (vermoedelijk betekent dit, tekent dr. F. N.
Sickenga (1897-1990) hierbij aan, in dienst van Zijne Keizerlijke
Majesteit - Karel V), 'Regter va(n) deze dorpe en hij sterf op de 28
December A(nno) 1555 (xbLb). En die Eerbare en Doeghdsame Oegh Rouckâ van
Albaeda zijn huysvrouw, die sterfe op de 11 September A(nno) 1522'.
Jacob Sickenga vervolgt zijn beschouwing met: 'Deze
echtelieden hadden tot zoons Tjalcke, Oege, Idzard en Viglius en tot
dochters Maijke, Akke en Margriete. Genoemde Tjalcke was getrouwd met
Marijke Albertsdochter van Siercksma. Hij had een dochter Marijke. Deze
huwde met Hendrik Thebault. In 1618 woonde Tjalcke te Oudeschoot in 't
Wolt'.
Deze Tjalcke vestigde zich in 1602 in 't Wold, zo melden
Mulder-Radetzky en De Vries in de door hen beschreven 'geschiedenis van
Oranjewoud', 5e druk 1999 (ISBN 90-6469-640-3). Vermoedelijk beschikte hij
daar al over familiebezit. Met zijn vrouw bezat hij daar een state, veen
en heide. 'Als men de kaart van Schotanus bestudeert blijkt dat
Sickingastate aan het einde van een extra lange wijk ligt. Waarschijnlijk
werd deze doorgetrokken om het vervoer van en naar de state te
vergemakkelijken. De verbinding met Heerenveen was zo verzekerd. Op de
kaart prijkt Sickingastate als het enige voorname gebouw'. Ook melden ze dat 'gezien haar bezittingen en haar status
in de voor de streek zo belangrijke veencompagnie had de familie van
Sickinga een zeer bijzondere positie in het Wold'. Het wapen van deze
familie wordt daarbij afgedrukt zoals dit omstreeks 1700 is
getekend.
In 1676 koopt Albertine Agnes, prinses van Oranje, weduwe
van de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau, een bestaand landgoed
dat de naam Oranjewoud krijgt. Dat bestaande landgoed is Sickengastate,
zoals de schrijvers concluderen in hun geschiedkundige studie.
Eerder genoemde Tjalcke, zoon van Abbe, had drie broers,
meldt mr. dr. Jacob Sickenga. Dat waren Oege, Idzard die van 1558 tot zijn
overlijden in 1570 raadsheer is in de Hove van Friesland en Viglius,
getrouwd met Earl Aylva die in 1580 Friesland verlaten. Na terugkeer in
1596 wordt hij advocaat. Broer Oege was in 1557 advocaat bij den Hove.
'Hij woonde te Sneek en trouwde met Fed. Popma'.
'In het familiearchief Van
Eysinga-Vegelin van Claebergen komt voor, onder nr. 791 j Conscriptia
exulum, 1584 het familiewapen van Doctor Viglius Sickinga' meldt het
Rijksarchief in Friesland in 1978 en stuurt er een afdruk van. Rechts dat
wapen in kleur en rechts daarvan dat van Viglius zijn vrouw Earl
Aylva. Het feit dat dit wapen getooid is met een de witte vleugels
uitslaande zwaan wijst op het bezit van de zwanenjacht. Tjalcke koopt dat
recht in 1615 van Idzart van Sickinga voor 275 carolische guldens 'in den
dorpe Oustergaule, Broek en Goringarijp'.
Mr. dr. Jacob Sickenga vervolgt zijn beschouwing over het
familiewapen met de verwijzing dat 'nog een enigszins ander (wapen)
model staat op de voorzijde van een bijbel in het bezit van mr. J.
Sickenga te Leeuwarden. Deze dateert van 1693'. De voorzijde van bedoelde
bijbel is hiernaast (rechts) weergegeven. De achterzijde voert het naamschild van
de eigenaresse: Antje Folckerts (links). Over haar meldt hij: ... deze (Eeuwe
Sickenga, geboren in 1711) had weer een zoon Folkert, geboren uit zijn
huwelijk met Antje Andries, de dochter van Antje Folckerts (Sickenga)'.
De verschillende wapenversies
vergelijkend meldt hij: 'in hoofdzaak stemmen allen hierin overeen
dat het wapen bestaat uit: Rechts een halve arend op goud. Links gedeeld
veld, boven blauw, waarop een of twee gouden eikels met of zonder blad,
onder rood waarop 2 witte of gouden lelies of 2 klaverbladen in goud of
zilver. Helm: een witte vleugels uitslaande zwaan of rustende zwanenkop
met vleugels of witte reigerhals of roofvogel (raaf) of rechtstaande
arend. Op sommige wapens is een surtout, nu rood dan wit , respectievelijk
met drie gouden of rode sterren.
Tenslotte de actuele beschrijving van het wapen zoals Jacob
Sickenga (1845-1911) die rond 1910 geeft. 'Het wapen der thans
overgebleven familie Sickenga is zonder surtout, evenals dat in de kerk te
Oosterhaule. Rechts halve arend op gouden veld. Links verdeeld veld. Boven
blauw met gouden eikel met blad. Beneden rood met 2 klaverbladen in
zilver. Op de helm een raaf'. Hiernaast een studie om dat te visualiseren.
In dit relaas gaan we voorbij aan
de veronderstelling van de Fryske archeoloog dr. H. Halbertsma dat de
Sickenga ’s van Goënga en Sneek (rond 1350) behoorden tot de
plaatselijke adel en mogelijk aan elkaar verwant zijn. In ieder geval
hadden die uit Goënga nauwe banden met Sneek, zoals Halbertsma beschrijft
in ‘het klooster Thabor bij Tirns’ (1994). Dat geeft mede voeding aan
de gedachte dat de Sickenga ’s van Goënga, Sneek, ’t Wolt en later
Wolvega met elkaar van doen hebben.
(september 2005)