|
........'
Hoewel ik reeds eerder over onze dagverdeling schreef wil ik op verzoek
van Eddy hier een beschrijving
geven van een geheelen dag in onze gedwongen samenleving in Sint
Michielsgestel. En laat ik er meteen bijvoegen, dat het zeer bijzondere
slot er mede aanleiding toe
geworden is. Dat slot is een uitzondering. Gelukkig. Maar hoe vaak zullen
wij dergelijke emoties nog doormaken? Direct na 't ontwaken verrast onze
kamergenoot Ir. Sickenga ons met een uithangbord voor onze kamer, den vorigen dag door hem
gereedgemaakt, voorstellende een haas, met zeer verslagen
gelaatsuitdrukking, met groote stappen loopende, in z'n poot een
handkoffer met ’t opschrift 'civiel geďnterneerde B5 Z4'. De keurig
uitgevoerde teekening draagt het opschrift: 'In ’t Vern… Haesjen'.
Aan
de achterzijde van het bord (een stuk gevonden celotex o.i.d.) zit
hetzelfde haasje aan tafel met voor zich een etenskom, een drinkbeker, in de eene poot
een lepel, in de andere een mes.
Opschrift: 'familiepension 't Haesjen'. Dit
bord, even later keurig uitgehangen in de gang voor onze slaapzaal heeft
een enorme hilariteit verwekt. Den vorige dag hadden wij een bord in de
gang geplaatst met ’t volgende, voor zichzelf sprekende verzoek: Als gij
ter zake van een kwelling Uw bed verlaat in ‘t nachtelijk uur: Loop op
uw tenen door de gangen. Denk om de slapenden, gebuur! Ai, denk toch
steeds aan hen die slapen. Gun hen de nachtrust, als U zelf. Zwijg dus des
morgens tot half zeven. En HOU UW MOND na kwart voor elf.
Onze
kamer krijgt zoo reeds een reputatie. Gisteren was 'Haren' aangekomen. Des
morgens ging in de godsdienstoefening een predikant uit Haren voor, die
ons voorlas Psalm 121 en Psalm 123. Dit ter herinnering aan de eerste
tijden, moeilijke tijden in Buchenwalde. Bij aankomst aldaar werd nl.
alles, maar dan ook alles aan de geďnterneerden ontnomen, zoodat ze zelfs
niet over hun bijbels mochten beschikken.
……
Na de avondwijding is 't om half tien avondappel en dan, juist als dat
afgeloopen is komt een Duitse soldaat aanloopen met een telegram voor Ir.
Sickenga, onze eminente teekenaar die een half uur te voren nog een
verzoek ontving van een naburige zaal, die zich 'in de aap' gelogeerd
voelt en dat eveneens op een uithangbord tot uitdrukking wilde brengen en
daarom onze teekenaar aanzocht, welke opdracht onder hilariteit aanvaard
werd. Die drie woorden van dat telegram, dat hij ons liet lezen, wat een
bron van diepe smart, niet alleen voor hem. Neen wij allen leefden intens
met hem mee. 'Jaap hedenmorgen heengegaan'. dat beteekende, dat de reeds
ter dood veroordeelde gefusilleerd was. Gestorven voor zijn Vaderland! En
Vader en Moeder gescheiden!
Heel
stil zijn we naar onze kamers en naar bed gegaan. Niet alleen wij, die
zijn kamer deelden, maar ook de overige 5 kamers op onze gang vormende
tezamen blok 5, tellende plusminus 150 man. Schitterend staaltje van
meeleven. En toen ik om kwart voor elven onze lichten wilde dooven
verzocht Mr. Okma één lamp te laten branden en
toen heeft hij ons uit zijn bijbel voorgelezen Psalm 33 en daarna
met ons Protestanten en Katholieken en anderen die nooit ter kerke gaan,
gebeden. Weer zoo 'n pracht staaltje van eenheid. Ir. Sickenga dankte met
de woorden van zijn zoon:
'Ik
hoop, dat mijn dood moge bijdragen tot vernietiging van den haat onder de
menschen'.
Toen
wenschte hij ons met vaste stem welterusten, en werd 't heel stil. Alleen
hoorde ik uit verscheidene bedden ’t onderdrukte snikken van die groote
mannen. ’t Gerucht was inmiddels verder doorgedrongen en … onze
reputatie vergroot maar op een andere wijze.
…
Zoeven verneem ik dat Ir. Sickenga waarschijnlijk verlof zal krijgen om
naar huis te gaan. Dit is althans op verzoek van onze blokleider, den heer
Den Boer, door den Kommandant in Den Haag aangevraagd.
|