een dag kampleven

 

 

vorige pagina

 

 

 

 

 

 

 

.....  dinsdag 12 mei 1942

     

 

 

Een van de gijzelaars in het kamp in Sint Michielsgestel beschrijft de gebeurtenissen op 12 mei 1942 daar. De auteur is onbekend. 

De beschrijving ervan spreekt voor zich zelf en luidt:

    

 

 

 

                               

........' Hoewel ik reeds eerder over onze dagverdeling schreef wil ik op verzoek van Eddy hier een beschrijving geven van een geheelen dag in onze gedwongen samenleving in Sint Michielsgestel. En laat ik er meteen bijvoegen, dat het zeer bijzondere slot er mede aanleiding toe geworden is. Dat slot is een uitzondering. Gelukkig. Maar hoe vaak zullen wij dergelijke emoties nog doormaken? Direct na 't ontwaken verrast onze kamergenoot Ir. Sickenga ons met een uithangbord voor onze kamer, den vorigen dag door hem gereedgemaakt, voorstellende een haas, met zeer verslagen gelaatsuitdrukking, met groote stappen loopende, in z'n poot een handkoffer met ’t opschrift 'civiel geďnterneerde B5 Z4'. De keurig uitgevoerde teekening draagt het opschrift: 'In ’t Vern… Haesjen'.

 

Aan de achterzijde van het bord (een stuk gevonden celotex o.i.d.) zit hetzelfde haasje aan tafel met voor zich een etenskom, een drinkbeker, in de eene poot een lepel, in de andere een mes. Opschrift: 'familiepension 't Haesjen'. Dit bord, even later keurig uitgehangen in de gang voor onze slaapzaal heeft een enorme hilariteit verwekt. Den vorige dag hadden wij een bord in de gang geplaatst met ’t volgende, voor zichzelf sprekende verzoek: Als gij ter zake van een kwelling Uw bed verlaat in ‘t nachtelijk uur: Loop op uw tenen door de gangen. Denk om de slapenden, gebuur! Ai, denk toch steeds aan hen die slapen. Gun hen de nachtrust, als U zelf. Zwijg dus des morgens tot half zeven. En HOU UW MOND na kwart voor elf.

 

Onze kamer krijgt zoo reeds een reputatie. Gisteren was 'Haren' aangekomen. Des morgens ging in de godsdienstoefening een predikant uit Haren voor, die ons voorlas Psalm 121 en Psalm 123. Dit ter herinnering aan de eerste tijden, moeilijke tijden in Buchenwalde. Bij aankomst aldaar werd nl. alles, maar dan ook alles aan de geďnterneerden ontnomen, zoodat ze zelfs niet over hun bijbels mochten beschikken.

 

…… Na de avondwijding is 't om half tien avondappel en dan, juist als dat afgeloopen is komt een Duitse soldaat aanloopen met een telegram voor Ir. Sickenga, onze eminente teekenaar die een half uur te voren nog een verzoek ontving van een naburige zaal, die zich 'in de aap' gelogeerd voelt en dat eveneens op een uithangbord tot uitdrukking wilde brengen en daarom onze teekenaar aanzocht, welke opdracht onder hilariteit aanvaard werd. Die drie woorden van dat telegram, dat hij ons liet lezen, wat een bron van diepe smart, niet alleen voor hem. Neen wij allen leefden intens met hem mee. 'Jaap hedenmorgen heengegaan'. dat beteekende, dat de reeds ter dood veroordeelde gefusilleerd was. Gestorven voor zijn Vaderland! En Vader en Moeder gescheiden! 

 

Heel stil zijn we naar onze kamers en naar bed gegaan. Niet alleen wij, die zijn kamer deelden, maar ook de overige 5 kamers op onze gang vormende tezamen blok 5, tellende plusminus 150 man. Schitterend staaltje van meeleven. En toen ik om kwart voor elven onze lichten wilde dooven verzocht  Mr. Okma één lamp te  laten branden  en  toen heeft hij ons uit zijn bijbel voorgelezen Psalm 33 en daarna met ons Protestanten en Katholieken en anderen die nooit ter kerke gaan, gebeden. Weer zoo 'n pracht staaltje van eenheid. Ir. Sickenga dankte met de woorden van zijn zoon:

 

'Ik hoop, dat mijn dood moge bijdragen tot vernietiging van den haat onder de menschen'.

        

Toen wenschte hij ons met vaste stem welterusten, en werd 't heel stil. Alleen hoorde ik uit verscheidene bedden ’t onderdrukte snikken van die groote mannen. ’t Gerucht was inmiddels verder doorgedrongen en … onze reputatie vergroot maar op een andere wijze.

… Zoeven verneem ik dat Ir. Sickenga waarschijnlijk verlof zal krijgen om naar huis te gaan. Dit is althans op verzoek van onze blokleider, den heer Den Boer, door den Kommandant in Den Haag aangevraagd.  

 

 

 

 

Aldus de brief van een onbekende auteur zoals die opgenomen werd in de familiekroniek over de Sickenga naamdragers die in zeer bescheiden oplage in 1992 in familieverband werd verspreid. 

 

 

 


vorige pagina

                           

terug naar begin