31 augustus 1941 Obrechtlaan 11 Bilthoven

 

 

 

 

 

vorige pagina

 

 

Niek Sickenga 1931  

De verjaardag van Koningin Wilhelmina. Op de vleugel  een mand vol fel oranje Afrikaantjes. Een gedekte ontbijttafel. Een zonnige zondag, maar ik zal er niet van genieten. Ik lig op de canapé in de woonkamer. Met bronchitis of zoiets.

 

Vader doet het raam in de erker open en klopt de kruimels van de broodplank. En een hels kabaal breekt los. Wat er gebeurt heb ik niet gezien. Weet wel dat we ineens allemaal op het terras staan - ik inde openslaande deuren. Vreemde mannen om ons heen. Er wordt duits gepraat Het volgende beeld van mijn herinneringen is een man die in de stoel van mijn moeder in de erker is gaan zitten. Ik sta er naast en zie eerst Jaap in zijn hemdsmouwen, handen in de nek en een man achter hem, 't grindpad aflopen.

Even daarna volgt een tweede man met z'n handen in de nek. In een zwarte regenjas. Ze stappen in een soort DKW en rijden het plein af. Weg. De Duitser in mijn Moeders stoel vraag ik of ik Jaap nu nooit meer zal zien. Hij mompelt iets ter geruststelling. Maar waarom ik die vraag stelde biologeert me nog steeds. Tien jaar oud had ik het begin van de tweede wereldoorlog bewust beleefd. De overkomende Duitse vliegtuigen. Het eerste lichtafweervuur van Soesterberg. De eerste keer ook, dat ik mijn vader zag huilen - bij de capitulatie op 14 mei 1940 - en kort daarna de eerste duitse soldaten op hun door paarden getrokken 'boerenwagens' met die eigenaardige 'koektrommels', hun helmen en blikken bordjes op hun borst. Maar wat wist ik van het verzet? Laat staan het 'Engelandspiel'.

Er is veel geloop in huis. De wc wordt voortdurend doorgetrokken. We proberen 'normaal' te ontbijten. Het gevoel van een feestelijke dag is op slag weg. Niemand mag meer de kamer uit.

De canapé heb ik die dag ook niet meer gezien.  In de loop van de ochtend komt er bezoek. De familie Overdijkink met kinderen. Ze zitten opgeprikt  op een stoel tot dat ze naar huis mogen. Op een gegeven moment zie ik mijn moeder naar het erkerraam lopen. Zij, of mijn zuster Net, doet open en roept 'meisje, niet thuiskomen'. Later hoor ik, dat het om mijn zuster Ick gaat die niets vermoedend over het plein aan komt fietsen.

Naarmate de tijd vordert neemt ook de onrust toe. Hoe moet het verder gaan. Ergens in de middag verschijnt er een kennelijk hoge ome met veel lintjes en een enorme lefpet. Klein van postuur. Mijn moeder ziet dat ze er onder andere van door gaan met mijn welpen petje en oranje das van de padvinderij. Ze imponeert me doordat ze ook duits kan praten.

Maar er zijn veranderingen op komst. Vader, Trudi Pot - Jaap's verloofde - en ook Moeder moeten mee. Wij, mijn broer Floor en ik kunnen ook niet thuis blijven. Wie er al vertrokken zijn als wij met ons koffertje het grindpad aflopen weet ik niet meer. Ik meen dat mijn moeder en Net er nog waren. We lopen via het klaphek over de spoorlijn Utrecht-Amersfoort, naar het huis van de familie Overdijkink. Het is nog licht, maar verder gaat de herinnering niet.

We hebben daar gegeten - denk ik. De duitsers die ook in hun huis zaten toen zij na hun bezoek thuiskwamen waren al lang weer vertrokken. De herinnering gaat niet verder dan een bed op zolder, met een schuine houten kap vlak boven m'n hoofd. Floor in dezelfde ruimte. Samen zongen we : 'daar ruist langs de wolken'. Dat kenden we. Van de zondagsschool of van tante Jeanette in Wolvega.

Huilend ben ik in slaap gevallen. Een week later - kennelijk - waren we weer thuis. In die tussentijd dorst ik er haast niet langs te gaan. Hoewel ik een prima opvang vond bij de familie Matthijsen, bij mijn vriend Lute. De gele stroken met stempels er op ter verzegeling van de luiken, deuren en ramen zijn me altijd bij gebleven. Zoals zo veel meer van de jaren daarna.

 

En Jaap heb ik inderdaad nooit meer weergezien.

 

 

 

Utrecht, 16 -01-92

 Nicolaas Sickenga  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

op 15 september 1944 begin ik een dagboekje met: 'Nederlands 1ste stad vrij: Maastricht meldt de 'BI Bi Si'; (BBC). De 16e is er geen nieuws; de 17e de luchtlandingen bij Nijmegen en Arnhem; de 18e Valkenswaard bevrijd en de 19e Eindhoven. De 20ste meld ik: '10 Vliegtuigen, 3 Thunderbolts en 7 Mustangs; 4 Niet-weet toestellen jagers (vol gas) Nijmegen bevrijd. Over de Waal, rukken op in de richting Arnhem. Sittard bevrijd. Parachut troepen versterkingen. Houden bij Arnhem goed stand'. En dat is meteen het eind van 'het dagboek'! 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vorige pagina

 

terug naar begin