|
Ik,
Floor, was toen een jochie van nog geen veertien jaar, maar ondanks dat
kan ik mij nog steeds heel levendig een reeks feiten herinneren van die
ongelukzalige en door rampspoed doordrenkte dag in mijn leven.
Het
begon allemaal erg vredig: 't was immers de verjaardag van H. M. Koningin
Wilhelmina, 'onze vorstin in ballingschap'. Het was vrij helder weer,
evenals de avond daarvoor, toen er een Vickers Wellington overvloog. Het
motorgeluid deed vermoeden dat het toestel niet op weg was ergens naar
toe, maar zo'n beetje rondvloog.
Ik
maakte in die tijd een studie van het motorgeluid van verschillende
vliegtuigen en kon daardoor uitmaken of het vriend of vijand was die
overvloog. De Wellington die ik hoorde op 30 augustus 1941 kan zeer zeker
het toestel geweest zijn waaruit de zeeofficier Hans Zomer gedropt werd.
Hans Zomer zag ik heel eventjes toen hij op een fiets kwam aanrijden en
meteen verdween naar de achtergarage, waar Jaap zijn geheime zender had.
Daar wist ik toen niets van af.
Die
vredige morgen van 31 augustus vroeg vader mij of ik met de hond 'Boy'
wilde uitgaan. Boy aan de riem genomen liep ik de Obrechtlaan af richting
Poelman, waar een familie met gelijkluidende naam woonde en waar altijd
maar kinderen werden geboren. Tussen het huis Poelman en het volgende pand
was een onbebouwd stukje grond. Toen de hond en ik er langs kwamen kropen
daar kerels over de grond
op
een manier die je later - in militaire dienst - de tijgersluipgang zou
noemen. Wat ik niet kon weten was, dat deze mannen deel uitmaakten van de
Sicherheitsdienst en dat ze bezig waren het huis Obrechtlaan 11 te
omsingelen. IK schrok nogal van het vreemde gedoe en stevende direct aan
op huis. Ik was te jong om te begrijpen wat er aan de hand was. Eventueel
zou een waarschuwing toen al te laat geweest zijn en op een schietpartij
uitgelopen zijn...
Bij
ons hek gekomen fietste juist een persoon binnen met een lichte regenjas.
Later
zou
blijken dat dit Hans Zomer was, in de val gelopen door infiltratie in het
verzet door de Duitse contraspionage. Boy weer thuisgebracht zag ik onze
tamme kraai 'Ka' die van het openstaande raam van de keuken naar het
eveneens openstaande raam van de badkamer vloog. Het was langzamerhand
tijd om te ontbijten. Dat had iets feestelijks, gekleurde oranje muisjes
waren er, want het was immers Hare Majesteit Koningin Wilhelmina's
verjaardag. Doch het lot wilde anders, Nauwelijks aan tafel gezeten - het
was toen zo tegen negen uur, hoorde n we lawaai buiten. Ogenschijnlijk van
alle kanten kwamen er mannen aanrennen met getrokken revolvers. Vader deed
de tuindeuren naar het terras open onder het geluid van kerels
die schreeuwden dat ze van de Sicherheitsdienst waren. De SD dus.
Er
staat me ergens bij, of is het maar een idee, dat er voor de deuren die
vader open maakte, een man stond die zei: 'Offenen bitte,
Sicherheitsdienst'. We werden onder geleide van de SD agenten naar
buiten gedwongen en opgesteld tegen de muur onder vaders balkon (het
balkon van zijn kamer was op de eerste verdieping).
'Wij',
dat waren vader, moeder, Tru, Niek en ik. We werden daar opgesteld om uit
het zicht te zijn wat zich afspeelde bij Jaap's kamer. Ik weet dan ook
niet wat zich daar afspeelde. Maar naar zeggen schijnen Jaap en Hans Zomer
gepakt te zijn, terwijl zij met Engeland in verbinding waren. We mochten
na enige tijd weer naar binnen aan de ontbijttafel. Juist toen reden er
wagens weg met Jaap en met Hans. Ze reden weg in Hanza's en Mercedessen.
Van dat bekende type dat ook de Gestapo gebruikte. Van feestelijk eten
kwam natuurlijk niet veel meer.
Ter
zelfde tijd dat wij overvallen werden door de SD, werd onze dienstbode
Dina door het openstaande keukenraam bedreigd door een paar SD mensen. Zij
ging gillen en daarmee schrok ze weer de kraai op die op zijn beurt weer
de SD een ongemakkelijk gevoel gaf. Dina wist van een en ander af, maar
heeft daarover nooit gepraat met de SD.
Toen
wij weer aan tafel zaten - of we aten weet ik niet - ik voelde me rot,
ontspon zich een gesprek tussen een SD agent en vader. Vader zei in het
Duits zoiets als 'daar gaat mijn zoon'. De SD -man zei toen dat hij zich
het gemis kon indenken daar hij zelf net een zoon aan het oostfront
verloren had.... Toen we klaar waren met ontbijt hoorde ik steeds de wc
gaan. Het bleek later dat de heren van de SD elkaar aflosten want er was
toch een soort angst ontstaan hoe dit avontuur aan de Obrechtlaan zou
aflopen. na het eten verdwenen vader en moeder om de beurt in de
achterkamer waar zij , het moet gezegd worden, op een humane manier
verhoord werden door de SD.
Zowel
moeder als vader wisten van Jaap's verzet af. Ook oom Coos Bor, die zelf
ook een en ander te maken had met het verzet, waarschuwde vader en moeder
in een brief. Die brief had moeder tijdens het verhoor in de
achterkamer... Zij moest nodig naar de wc en mocht dat van de SD. Ze
speelde het klaar om in de luttele ogenblikken op de wc de brief van oom
Coos in stukjes te scheuren en door te trekken. Dappere moeder hadden wij.
Tegen
half elf/elf uur kwamen niets vermoedend de Overdijkinks op
bezoek.Die mensen moeten zich een rotje geschrokken zijn. het was maar een
kort bezoek, dat bestond uit een ondervraging door de SD. Daarna mochten
zij naar huis. Bij thuiskomst werden ze opgewacht door de SD. Tegen de
middag bleek, dat vader, moeder en Tru afgevoerd zouden worden. De
Duitsers wilden het huis en Jaap's garage alleen hebben.
Tegen
de middag kwam Net naar huis. Voor zover ik me kan herinneren kwam zij van
de familie Schimmel maar ,mijn geheugen laat mij daarbij een beetje in de
steek. In ieder geval was het een bewogen weerzien en net wilde piano
spelen wat zij niet mocht van de SD. Ook werd haar gevraagd wat zij
bedoelde met een flitspuit.
De
flitspuit was een uitvinding van de toneelvereniging de Eekhoorns. Die
voerden iets op ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijksfeest van vader
en moeder. In die flitspuit werd onder andere gewag gemaakt van het feit,
dat Net het vliegveld Soesterberg had verkend. Later bleek dat de SD het
feest, dat op 19 augustus 1941 plaatsvond, had afgeluisterd.
Enige
tijd nadat Net thuisgekomen was, liep zij volgens mij naar een van de
erker ramen en opende die en riep luid naar iemand. Ik hoor 't nog: 'Niet
thuiskomen meisje, weg wezen'. Het meisje was Ick, die nog net op tijd
gewaarschuwd werd dat er iets niet pluis was bij ons. Wat Ick verder
gedaan heeft na die voor haar hele nare gewaarwording weet ik niet.
(Maar dat zal zij zelf vertelen). Er
kwam 's middags ook nog een hoge Duitse militair aan te pas. Oberleutenant
Streiger of zoiets. DE naam is niet goed geschreven, maar zoiets was het
wel. Hij kwam de zendinstallatie bekijken van Jaap. Streiger was
zelf van de Duitse contraspionage, direct onder Canaris zijn chef, verantwoordelijk
voor het Engelandspiel. Moeder
las Niek en mij voor 's middags. Een Russisch verhaal en de SD luisterde
mee want er kwamen namen in voor als Kiew, Sebastopol en Charkow. Juist
die steden die door de Duitsers bezet waren. Later in de middag werd vader
weggevoerd en een blinde woede maakte zich van mij meester. Naar ik was
maar een kind. Wat kon je doen? Daarna vertrok Trudi Pot. Toen moeder aan
de beurt was om naar de Gansstraat in Utrecht afgevoerd te worden, kon zij
eerst nog Niek en mij naar de Overdijkinks sturen. Toen zij weg reed zei
de SD: 'das Oraniën Sonnetje geht under'. Half in het Duits , half
in het Nederlands. Toen
zij in het huis van bewaring aankwam was het eerste wat zij hoorde, dat
zij in cel dat en dat opgesloten zou worden, 'aber nicht bei Fräulein
Pot'. Toen ze een formulier moest invullen zei moeder: 'ik heb geen bril,
geef mij die maar van mijn man'. Prompt kwam er eentje opdagen met vaders
bril. Moeder wist nu dat beiden, vader en Tru, ook in het huis van
bewaring waren opgesloten. Niek
en ik gingen naar Overdijkink. Ik later naar de 'Pontjes' in Utrecht. Het
is nog de dag van vandaag een afschuwelijke gewaarwording daar aan te
denken. Die 31 augustus 1941, nu meer dan vijftig jaar geleden. Florent
Sophius Sickenga Linköping,
Zweden 12-01-1992 |